Opdracht: Naambord

 

Ontwerp en voer uit.

Maak in triplex een ruimtelijk werkstuk van de letters van je naam en verzin een verbinding om alles aan elkaar te krijgen.

Kleur het werkstuk met ecoline inkt en plaats het op een sokkel.( sokkel is een standaard waar je werkstuk op staat)

Een ruimtelijk werkstuk is een werkstuk dat aan alle kanten interessant is om te bekijken.

 

1. Maak op een A4 papier een ontwerp in dikke letters van je naam, zorg ervoor dat alle letters los

    staan omdat je ze moet uitknippen. De dikte van een letter moet 1 cm minimaal zijn.

                                                                                                                         1 cm

L1 cm

 

2. Knip daarna alle letters uit en vraag aan de docent een plaatje triplexhout. Leg alle letters hierop en zo

    dicht mogelijk tegen elkaar aan en trek ze over met een potlood.

 

3. Pak nu een figuurzaag ( zie plaatje) en zaag rustig alle letters uit.

 

 

 

                

 

 

4. Maak nu in alle letters een verbindingsnede: zie voorbeeld.               

 

5. Nu moeten alle letters geschuurd worden met schuurpapier,

    doe dit met de nerf mee.

 

6. Schuif nu alle letters in elkaar zodat er een ruimtelijk werkstuk ontstaat. Het werkstuk mag niet uit elkaar

    vallen, pas dan zijn de verbindingen gelukt.

 

7. Leg een krant neer, pak een penseel en een verfbakje en schenk van een aantal kleuren een klein beetje

    ecoline inkt in de bakjes. Let goed op je kleren.

    Geef nu alle losse letters een kleur en vergeet niet alle zijden te doen.

 

8. Als laatste een voetstuk (sokkel) om je werkstuk op te zetten, ook hier een snede uit halen.

 

Materiaal: tekenpapier, plaatje triplex.

Gereedschap: figuurzaag, schuurpapier, tekenpotloden, lijm

 

 

 

Hieronder staat waar je op moet letten.

  

Eisen: Letterontwerp

           Kleur

           Ruimtelijk

           Verbinding     

           Verzorging van je werk

 

 

Beoordeling: beantwoord de volgende vragen:

·         Wat was de opdracht?

·         Welke materialen en gereedschappen heb jij gebruikt?

·         Hoe heb je die gebruikt?

·         Wat heb je geleerd van deze opdracht?

·         Geef jezelf een cijfer.